'Iedereen verdient Bordeaux'

0
0
0
s2sdefault

Haarlem (16 september) - Generaties Nederlanders zijn opgevoed met Bordeaux. Maar met de opkomst van andere wijnstreken en wijnlanden, is het grootste herkomstgebied ter wereld steeds meer op de achtergrond geraakt. Zijn de wijnen van elders beter? Bieden ze een betere prijs-kwaliteitverhouding? Sluiten ze beter aan bij de smaak van de jongere consument? Op al deze vragen is het antwoord ‘nee’. Toch zijn wijnen uit Bordeaux nog altijd geweldig en bieden voor ieder wat wils.

Een artikel via wijnkoperij Okhuysen.

Bordeaux kampt met een flink imagoprobleem

Alweer twintig jaar geleden kwam ik terug uit Bordeaux om bij mijn vader bij Okhuysen te komen werken. Na vijf jaar Bordeaux had ik maar één referentiekader: om wijn lekker te vinden, moest het smaken naar Bordeaux. Toentertijd nog niet een heel groot probleem, want zo’n 30% van de verkoop bij Okhuysen betrof Bordeaux. Wel moest ik flink aan de bak om andere druiven, streken, landen, en vooral nieuwe smaken te leren kennen. De wijnwereld werd op deze manier alleen maar boeiender voor mij en ik nam voor mijn eigen consumptie zelfs een tijdje afstand van alles wat Bordeaux was. Heel lang duurde dat overigens niet. Uiteindelijk is het verlangen naar een goede Bordeaux gewoonweg te sterk.

Nadat ik een korte tijd bij Okhuysen bezig was, werd ik benaderd om Bordeauxles te komen geven op de wijnacademie, aan vinologen in opleiding. Ooit dé les van het jaar waar wijlen Pieter de Bruijn de klas inwijdde in de grote cru’s uit de Médoc en Saint-Emilion. Maar het – overigens prima – wijnbudget van de Wijnacademie is tegenwoordig niet meer toereikend om dit grote geweld uit Bordeaux op de proeftafel te zetten. De les draait daarom niet meer om etiketten, maar om de inhoud. Alle wijnen worden dan ook blind beoordeeld. Al proevend gaan de studenten met mij op een bijna vier uur lange ontdekkingsreis door Bordeaux. Aan het eind van de les begrijpen ze een stuk beter wat er in de wijngaarden en kelders van deze bijzondere streek allemaal gebeurt. Maar niet alleen in de wijngaarden en kelders, ook daarbuiten. Bordeaux is immers veel meer dan enkel de wijnen die er worden gemaakt.

Een strategische ligging

Bordeaux heeft altijd een bijzondere positie gehad vanwege de ligging aan een natuurlijke zeehaven, met aanvoerroutes over de rivieren de Dordogne en de Garonne. Al vroeg kwam er zo een levendige overzeese handel in Bordeauxwijnen op gang. Helemaal toen in 1152 Aliénor d’Aquitaine in het huwelijksbootje stapte met Henri II en Aquitaine onder Brits bewind kwam. Het waren overigens de Nederlanders die tijdens de terugkerende (handels)oorlogen tussen Frankrijk en Engeland de wijnexport in stand hielden. De Rotterdamse familie Beijerman vestigde zich in 1620 als eerste wijnhandelshuis nabij de rivier de Garonne in het centrum van Bordeaux. Meerdere handelaren (négociants) volgden dit voorbeeld. Aan de kades en in de achterliggende buurt les Chartons verrezen pakhuizen met kelders om de wijnen, die vanaf de domeinen per vat werden aangeleverd, op te voeden en te verschepen. De handelaren bekwaamden zich steeds meer in het opvoeden van de wijnen. Zeker met de komst van sulfiet, dat de wijnen beter beschermde tegen bacteriën en ze daardoor geschikt maakte om te reizen. Terwijl de macht en rijkdom van de koopmannen alleen maar toenam, werd met hulp van Nederlandse waterbouwkundigen begonnen met het droogleggen van de moeraslanden in de Médoc. Opeens werd dit gebied ten noorden van Bordeaux toegankelijk. Grote stukken grond kwamen beschikbaar, grond die geschikt was voor wijnbouw. De rijke négociants kochten het land gretig op en om hun welvaart te etaleren lieten ze er kasteelachtige bouwwerken op zetten. Zo ontstonden de eerste Bordelaise châteaus.

In aanloop naar de wereldtentoonstelling van 1855 in Parijs liet Napoleon III een klassement maken van de wijnen van de Médoc en Sauternes,.met de beste châteaus geklasseerd van eerste t/m vijfde grand cru classé. De wijnen werden tijdens de tentoonstelling geëxposeerd. Het prestige van Bordeaux nam hiermee wereldwijd verder toe.

De grote welvaart van Bordeaux gaf de streek een flinke voorsprong ten opzichte van andere wijngebieden. Het bood de mogelijkheid om te investeren en te innoveren. Met de komst van een oenologische school die uitgroeide tot faculté d’oenologie, een universitaire opleiding tot wijnmaker, nam de kennis op wijngebied nog meer toe.

Toch kreeg ook Bordeaux te maken met grote problemen, zoals de druifluis die aan het eind van de 19e eeuw alle wijngaarden verwoestte. Op het moment dat de wijnbouw weer opkrabbelde begon de Eerste Wereldoorlog, gevolgd door de drooglegging van de VS – een zeer grote exportmarkt –, de crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog. Pas in de jaren zestig begon de wederopbouw, die met de komst van enkele technische ontwikkelingen in de jaren tachtig (zoals het koelen van de most tijdens de gisting) een extra vlucht nam. Zeker toen in de jaren negentig ene Robert Parker, een Amerikaanse wijnjournalist, naam maakte en de grote Bordeauxwijnen begon te promoten, kwam de grote welvaart in Bordeaux in sneltreinvaart terug. Voor een handvol châteaus althans. Alleen de bekende namen uit de beroemde subregio’s, zo’n 150 van de in totaal 6.600 producenten, genieten hiervan.

Het grootste herkomstgebied ter wereld

Bordeaux is het grootste geklasseerde herkomstgebied van Frankrijk. Met ruim 110.000 hectare beslaat het gebied meer dan 25% van de totale oppervlakte AOP en is het goed voor een productie van bijna 700 miljoen flessen per jaar… Dat wil niet zeggen dat elke producent in Bordeaux zomaar succes heeft; voor de meesten is het een hard bestaan. De grote cru’s hebben de streek een duur imago gegeven, terwijl de supermarkten vol liggen met oninteressante bulkwijnen, die niet erg representatief zijn voor het potentieel wat de streek in zich herbergt. Consumenten die via deze wijnen met Bordeaux kennismaken, knappen direct af. Gelukkig is er ook een groep van ambitieuze en getalenteerde wijnmakers die al zijn energie stopt in het maken van heerlijke wijnen met een geweldige prijs-kwaliteitverhouding. Dit soort producenten vinden we in het Entre-deux-Mers, de Médoc, Saint-Emilion en omgeving, de Côtes de Bordeaux en de Graves. Kortom, overal.

Met veel van deze producenten kan je als importeur rechtstreeks werken en ook exclusiviteit bedingen voor je eigen thuismarkt. Bij anderen ben je gedwongen om te kopen via een négociant (handelshuis). In dat geval verkoopt het château zijn productie via een courtier (agent) aan een of meerdere négociants, die de distributie van de wijn voor hun rekening nemen. Dit scheelt het château een hoop werk, maar tegelijkertijd heeft een wijnboer een stuk minder invloed op waar de wijn naar toe gaat. Voor een importeur is het bovendien lastiger om exclusiviteit te krijgen, en ook het directe contact met de producent verdwijnt uit beeld.

Een levendige handel van cru classés

Voor de verkoop van de topwijnen heeft Bordeaux een geheel eigen systeem: La Place de Bordeaux en het ‘en primeur’ systeem. In de eerste week van april worden jaarlijks alle négociants, importeurs en wijnjournalisten uitgenodigd op de châteaus om het jongste oogstjaar te komen proeven. Enkele honderden wijnen die pas vier tot zes maanden op vat liggen en daar vaak nog een jaar verblijven, worden dan beoordeeld. In de weken na de proeverijen publiceren de journalisten hun eerste artikelen over het jaar en brengen ze scores uit per wijn. Vanaf dit moment gaan de châteaus langzaamaan de verkoopprijs van hun nieuwe wijn bepalen. Ze kijken hierbij naar de potentiële vraag

in de markt, de kwaliteit van het jaar en de punten van de pers. Bij het bepalen van hun prijs speelt ook de hoeveelheid wijn die ze ‘en primeur’ op de markt willen brengen een rol. Schaarste helpt bij een betere acceptatie van de ‘sortie-prijs’. Over prijs en volume overlegt het château met een of meerdere courtiers, die de wijn uiteindelijk aan de négociants aanbieden. Iedere négociant heeft recht op eenzelfde aandeel van de in de markt gebrachte hoeveelheid wijn als het jaar ervoor. Dit noemen we een allocatie. Neemt hij minder af, dan verkleint zijn allocatie voor het volgend jaar. De négociant moet de door hem gereserveerde wijn binnen enkele maanden aan het château betalen, ruim voordat hij de wijn geleverd krijgt. Zodra de négociant een wijn aankoopt, biedt hij de wijn aan zijn klanten, de importeurs aan, volgens eenzelfde allocatiesysteem. Ook de importeur moet vooruit betalen en biedt op zijn beurt de wijnen ‘en primeur’ aan, aan zijn klanten, de consument.

De vraag is nu: waarom zou je twee jaar vooruit betalen voor je wijn? Het antwoord is: om er zeker van te zijn een schaarse wijn te bemachtigen, tegen de best mogelijke prijs. Dit laatste is echter nooit een garantie. Het hangt af van de markt. Als de primeurcampagne afloopt, is het wachten tot de wijnen twee jaar later fysiek op de markt komen. Op dat moment komt de handel in de wijnen weer op gang. Deze loopt via ‘La Place de Bordeaux’, een virtuele marktplaats waar de négociants via de courtiers hun voorraden aan elkaar aanbieden. De laagste aanbieder van een bepaalde wijn, bepaalt de ‘prix de place’, de marktprijs. Hoe werkt dit systeem dan precies? Op het moment dat een importeur op zoek is naar een bepaalde bordeaux, neemt hij contact op met een of meerdere négociants. Mocht de négociant voorraad van de wijn hebben, dan kan je die rechtstreeks bij hem kopen. De prijs die de négociant vraagt voor de wijn, zal gebaseerd zijn op de geldende marktprijs. Heeft hij de wijn niet zelf op voorraad, dan richt hij zich tot een courtier om de wijn via hem bij een andere négociant te kopen. De kopende négociant betaalt nu de ’prix de place’, plus courtage voor de courtier. Daar bovenop komt nog zijn eigen marge. Omdat de vraag vanuit de hele wereld hier samenkomt, is de tendens dat de prijzen op ‘de plaats’ sneller stijgen. In de exportmarkten zelf kan je de wijnen vaak goedkoper vinden dan in Bordeaux. Het aanbod is echter kleiner en minder compleet. Op het moment dat er nog veel onverkochte wijn bij de négociants ligt en deze geld nodig hebben voor bijvoorbeeld de aankoop van een nieuw oogstjaar, kan de prix de place ook zakken in plaats van stijgen. Op dat moment was het feitelijk niet nodig geweest om de wijn ‘en primeur’ aan te kopen. Maar omdat het hier om een ‘open’ markt gaat waar in principe iedere importeur kan inkopen (mits beschikbaar), is er rondom de ‘primeur-campagne’ veel concurrentie tussen de importeurs en worden de wijnen zeer scherp aangeboden. Voor de consument is het daarom bijna altijd het voordeligste aankoopmoment.

Als importeur is het onmogelijk om rechtstreeks bij de topchâteaus te kopen. Dit kan alleen via de plaats, bij de négociants. Particulieren kunnen tijdens een bezoek aan een château wel wijn kopen, maar betalen dan altijd een zeer hoge prijs. Om het systeem niet te ondermijnen liggen de prijzen op de châteaus altijd ruim boven die van de plaats.

Speculeren met wijn

Wijn is natuurlijk bedoeld om te drinken en van te genieten, maar met de hoge prijzen van dit moment zien we de laatste jaren dat consumenten steeds vaker speculatief kopen. Zeker nu de financiële markten niet altijd thuis geven en de rente zo laag is, lijken bewaarwijnen een goede belegging. Al is het maar om je wijnhobby mee te financieren. Niet alle wijnen vermeerderen echter in prijs en al helemaal niet in korte tijd. Voor het beleggen in wijn is een lange adem nodig. Daarnaast is het verkopen van de wijnen niet altijd eenvoudig. Meestal verloopt de verkoop via wijnveilingen, maar daar wisselen de resultaten en bovendien betaal je als verkopende partij veilingkosten. Niet geheel zonder risico dus. Aan de andere kant wordt een wijn in de loop der tijd schaarser doordat er flessen worden geconsumeerd, en neemt zo de waarde toe. Sommige wijnen gaan voor astronomische bedragen van de hand op veilingen. Hoe dan ook is speculeren met wijn niet makkelijk. Alleen met kennis, ervaring en goed advies kun je in ieder jaar de juiste wijnen kopen.

Zoals eerder in dit artikel vermeld, gaat deze wereld van het grote geld geheel voorbij aan het merendeel van de châteaus in Bordeaux… Sterker nog, ze hebben er eerder last van. De topwijnen hebben Bordeaux het imago gegeven duur te zijn, enkel weggelegd voor vermogende mensen en minder voor de echte liefhebbers. Dat is heel jammer, want in Bordeaux worden over de volle breedte prachtige wijnen gemaakt, in iedere prijsklasse.

Merlot en cabernet-sauvignon in de hoofdrol

Door Bordeaux loopt de rivier de Garonne. Iets ten noorden van de stad voegt de rivier de Dordogne zich bij de Garonne. Vanaf hier gaan zij samen verder als de Gironde, die uiteindelijk in de Atlantische Oceaan uitmondt. In Bordeaux hebben we het over de linkeroever, met ten zuiden van de stad de Graves en ten noorden de Médoc. Het gebied tussen de Garonne en de Dordogne in, heet de Entre-deux-Mers. De rechteroever, is de rechteroever van de Dordogne. Hier vinden we onder andere de gebieden Saint-Emilion en Pomerol. In Bordeaux worden zowel witte (10%), zoete (1%), rosé (5%) en rode (85%) wijnen gemaakt. De wijn zijn vrijwel altijd assemblages van meerdere druiven, waarbij de belangrijkste witte druiven de sémillon, sauvignon blanc en muscadelle zijn, gevolgd door ugni, sauvignon gris en colombard. Bij rood is de merlot verreweg de belangrijkste, gevolgd door cabernet-sauvignon en cabernet franc. Daarnaast vinden we nog petit verdot, malbec en camenère.

De verschillende subgebieden brengen vanwege verschillen in terroir ook verschillende typen wijnen voort. Zo worden de wijngaarden in het noordwesten, de Médoc, sterk beïnvloed door de nabijheid van de Atlantische Oceaan en de grote watermassa van de Gironde. De gemiddelde temperatuur ligt hier net iets hoger, waardoor de later rijpende cabernet sauvignon het hier goed doet. Zeker op de hogere kiezelbodems met een ondergrond van kalk. De cabernet is een wat kleinere druif, met dikkere schillen, die meer kleur, tanninen en zuren in zich dragen. In het uiterste noorden is het vlakker, met een rijkere bodem van sedimentatie. Deze kleigronden zijn koeler waardoor een druif als cabernet hier moeilijker rijpt. Deze zijn daarom vaker aangeplant met merlot. De merlot geeft net wat zachtere, vriendelijkere wijnen in vergelijking met cabernet-sauvignon, met minder tanninen en een wat lagere zuurgraad. De druiven zijn iets groter en de schillen minder dik. De Graves, ten zuiden van Bordeaux, liggen net wat verder van zee en bovendien liggen hier tussen de kust en de wijngaarden grote bossen. Ondanks de vele kiezels aan de oppervlakte (die zonnewarmte vasthouden) is het hier net iets koeler. Cabernet-sauvignon is hier nog altijd de belangrijkste druif, maar de hoeveelheid merlot in de assemblage neemt toe. Ook vinden we hier cabernet franc, een druif die in de Médoc weinig staat aangeplant. Cabernet franc is gelieerd aan cabernet-sauvignon, maar is met iets dunnere schillen, net wat minder tanineus en vroeger rijp. In de Entre-deux-Mers en op de rechteroever speelt de merlot heel duidelijk de hoofdrol, in de verte gevolgd door cabernet franc. Het klimaat is hier net wat continentaler, met een iets lagere gemiddelde temperatuur. Alleen op de warmere stukjes vinden we hier en daar wat cabernet-sauvignon. Al met al kunnen we generaliserend zeggen dat de rechteroever wat zachtere en rondere wijnen geeft en de linkeroever wat krachtigere wijnen. Maar binnen de Médoc is Margaux met een fijnere kiezelgrond weer eleganter dan Pauillac, waar de wijnen voornaam en gespierd zijn. Saint-Emilion kent veel bodemvariatie en brengt op de kalkgronden hele andere wijnen voort dan op de vlakkere zandgronden. Buurman Pomerol wordt gekenmerkt door zijn kleigrond waar de merlot gek op is en een wijn met fluwelige tanninen geeft.

Omdat bordeaux assemblagewijnen zijn, kan de wijnmaker de samenstelling van zijn wijn aanpassen aan het oogstjaar, dat hier van jaar tot jaar anders is. Meestal zal de wijn een afspiegeling zijn van de aanplant. Wanneer in een warm jaar de merlot te alcoholisch is of in een koel jaar de cabernet niet goed wilde rijpen kan er gevarieerd worden. Kennis van oogstjaren is in Bordeaux belangrijk, zeker bij de topwijnen.

Bordeauxs om te drinken

Momenteel gebeuren er vooral veel interessante dingen gebeuren in de minder bekende subgebieden. Staat in de topdorpen de gevestigde orde aan het roer, in de omringende gebieden is plaats voor jong talent, bruisend van ambitie. In streken als de Entre-deux-Mers, Côtes de Bordeaux, Castillon, Fronsac, Canon-Fronsac, Lalande de Pomerol, de satellieten van Saint-Emilion, Médoc, Haut-Médoc en Graves is de grond nog enigszins betaalbaar en vinden we steeds meer uitstekende wijnen. Helaas is het moeilijk om voor deze wijnen een goed podium te vinden. Juist daar zit voor ons als importeur en Bordeauxspecialist een prachtige uitdaging; het vinden van betaalbare wijnen van zeer hoog niveau. Wijnen die heel veel drinkplezier geven, die u eraan doen herinneren hoe fantastisch lekker een glas bordeaux kan zijn, altijd verteerbaar en doordrinkbaar!